dutchfrench


Een zorgdrager heeft beperktheden | Print |

Mady Cuypers, Een zorgdrager heeft beperktheden,


Uit het boek, Zorgen als beroep. Over macht en onmacht van verpleegkundigen en andere zorgdragers, Uitgever: ‘Lannoocampus’, 2007, p.103-108

Mady is zorgcoördinator in Woon- en Zorgcentrum Nottebohm


Een zorgkundige heeft beperktheden

Dat is niks nieuws, maar aan deze evidentie wil men toch wel eens voorbijlopen.
Er is al voldoende gezegd over de sterktes en zwaktes van de zorgkundigen om een profiel te kunnen schetsen van deze beroepsgroep.
Het komt wel meer voor dat ik verzuchtingen hoor die gaan in de richting van onmacht – deze keer van leidinggevenden -   omdat het zo moeilijk lijkt hun medewerkers te motiveren om hun werking aan te passen, zich meer te houden aan richtlijnen uit het kwaliteitshandboek, gemaakte afspraken te respecteren, richtlijnen te volgen…Dat roept frustraties op. En op frustraties goed reageren blijft altijd een behoorlijke klus.
Wat helpt is de zaken ook eens te bekijken vanuit een andere hoek: die van gedragsbeschrijvende systemen.
Mensen hebben een reden om zich te gedragen zoals ze het doen.
Er zijn verschillende systemen die proberen het gedrag beter te verklaren, te voorzien en er zelfs mee te leren werken.

Het Lifo®-systeem(*) is er één van. 
Men gaat er daarbij van uit dat mensen zich op een bepaalde manier gedragen op basis van de waarden en behoeften die voor hen belangrijk zijn.
Even uitleggen.
De basis is dat er vier verschillende gedragsoriëntaties zijn, ook wel stijlen genoemd. Iedereen maakt in bepaalde mate gebruik van alle vier de oriëntaties, maar de intensiteit kan verschillen Door persoonlijke ervaring leren wij dat het gebruik van de ene oriëntatie meer oplevert dan de andere. Wij ontwikkelen dan gewoontes en vinden het vaak moeilijk om andere oriëntaties te waarderen en te hanteren.

Een eerste oriëntatie kan worden omschreven als “sociaal en ondersteundend”.Mensen die een voorkeur hebben voor deze oriëntatie, kunnen omschreven worden als idealistisch, sociaal bewogen, betrokken, hulpvaardig, voor iedereen het beste willen bereiken en zich daar ten volle voor inzetten. Ze laten zich leiden door innerlijke waarden die meestal samenvallen met hoogstaande morele principes zoals eerlijkheid, betrouwbaarheid, openheid enzomeer.  Juist omdat ze zo consequent en plichtsbewust zijn is het voor hen moeilijk om andere standaarden te volgen.
Ze voelen zich vaak goed in groepen waar samen gewerkt wordt aan het realiseren van zaken die de gemeenschap ten goede komen. 
Dit is een gedragsvoorkeur die zeer sterk aanwezig is bij zorgkundigen; gelukkig maar voor de zieke en hulpbehoevende medemens.
Waar zij moeite mee hebben is met “neen” zeggen, is voorrang geven aan een zakelijke manier van handelen, is grenzen trekken.
Een zorgkundige met dit profiel vertrouwt op haar innerlijke standaarden, de enige barometer die altijd aanwezig is; en op haar technische vaardigheden en kennis. Haar inspiratiebronnen liggen in haar persoon en dat is een rijkdom die ze meedraagt. Dag en nacht. Haar enige toeverlaat. Het persoonlijk geweten spreekt ijverig mee, en is meestal veel meer doorslaggevend dan eender welke regel uit een kwaliteitshandboek.
De zorgkundige staat heel dikwijls alléén met haar professionele problemen en ze probeert te overleven door in het reine te blijven met haar persoonlijk geweten. Het is best mogelijk dat  er een conflict ontstaat met bestaande reglementeringen, kwaliteitsvoorschriften en collectieve afspraken.
In momenten van crisis of onmacht heeft de zorgkundige de pijnlijke keuze: ofwel volgt ze haar plichtsbewust maar toch feilbaar geweten – ofwel grijpt ze naar de strohalm van de afspraken en reglementering in de hoop dat haar geen blaam zal treffen. Ze heeft immers gehandeld volgens het boekje, al is de verdere afloop voor haar een nachtmerrie. In beide omstandigheden blijft het vertwijfeling en onzekerheid: Heb ik goed gehandeld?
Voor leidinggevenden is het van fundamenteel belang voldoende mensen met deze oriëntatie in dienst hebben indien ze een kwalitatief hoogstaande zorgverlening willen bieden.
Ze dienen evenwel te beseffen dat een volledig team medewerkers met dit profiel tot gevolg zal hebben dat véél tijd zal gaan naar overleg, er minder aandacht is voor efficiëntie, gevaar bestaat voor perfectionisme, en dat dit team minder openstaat voor een manier van werken die geen prioriteit geeft aan “we gaan alleen voor het beste”.
Wordt niet voldaan aan de hoge normen dan komt hun critische zin boven water; zij hebben er moeite mee een regelgeving te volgen die te veel neigt naar het bureaucratische.


Het tweede sociaal profiel wordt gekenmerkt door een sterke zin voor harmonieuze relaties. Je kan deze oriëntatie omschrijven als ‘bruggenbouwen’, erop gericht menselijke relaties te bevorderen.
Mensen met deze voorkeur zijn flexibel, empatisch, tactvol en hebben zich tot doel gesteld anderen tevreden te stellen. Ze zijn sociaal vaardig, kunnen goed onderhandelen en zijn sterk in het aanvoelen van wat anderen beleven en nodig hebben. Ze kunnen met veel mensen opschieten en passen zich gemakkelijk aan. Ze staan open voor vernieuwing. Ze maken het de mensen naar hun zin, zijn bereid in te springen, houden van positieve dingen.
Ook deze oriëntatie is sterk vertegenwoordigd in de gezondheidszorg.
Een team mensen met dit profiel heeft ook gevolgen: uit het verlangen het iedereen naar de zin te maken gaan ze over de grenzen van wat haalbaar is, ze gebruiken hun tijd niet altijd efficiënt omdat ze belang hechten aan gezelligheid, ze vermijden het onaangename en negatieve. Spanningen lossen ze liever op met meegaandheid en humor zodat problemen eigenlijk ondergesneeuwd blijven. De kans is groot dat ze weinig aandacht hebben voor bureaucratie. Ze zullen afspraken niet bewust negeren, maar wanneer de regelgeving en afspraken hen belemmeren om in te gaan op de wensen van de patiënt, dan is het niet ondenkbaar dat de regelgeving op de tweede plaats komt te staan.
Wil men de zaken met hen uitspreken dan blijkt het moeilijk goed te weten waar ze precies voor staan. Hun bereidheid om het iedereen naar de zin te maken kan leiden tot inconsequent gedrag. Het zijn meesters in het zoeken naar compromissen, zodat niemand teleurgesteld achterblijft.

Een derde oriëntatie is rationeler; feitelijk, logisch en werkt graag met structuren. Te omschrijven als ‘verstandig handelen’.
Mensen met deze voorkeur hebben  een analytische geest  en handelen methodisch . Ze zijn rustig, bezonnen, hebben oog voor details, volgen nauwgezet afspraken en nemen geen onnodige risco’s. Ze voelen zich onwennig als de ander emotioneel te werk gaat. Vaak gedragen ze zich wat afstandelijk. Ze houden het graag bij het vertrouwde en hebben tijd nodig om zich aan te passen.Ze zijn strikt in het naleven van procedures en reglementen.
Een team met deze oriëntatie zal minutieus en behoedzaam te werk gaan. Men mag gerust zijn dat het geleverde werk grondig doordacht zal zijn en dat bestaande afspraken gerespecteerd worden.
In de zorgverlening heb ik minder zorgkundigen met een sterke oriëntatie 3 ontmoet.  Het komt wel meer voor als een secundair profiel. Mensen hebben dan naast hun sociale hoofdstijl deze oriëntatie als tweede stijl. Dat is ook nodig omdat veel zorgtechnische handelingen nauwkeurig en volgens de regels moeten uitgevoerd worden. 

 Een vierde oriëntatie tot slot vinden wij terug bij  iemand die houdt van actie, ‘snel reageren’ . 
Ondernemen, vernieuwen, durven, leiden en eigen competenties bewijzen, vormen de uitdaging.
Mensen met een voorkeur voor deze oriëntatie, hebben behoorlijk wat zelfvertrouwen, kunnen goed overtuigen en mensen mobiliseren om zo resultaten te bereiken. Een risico nemen is boeiend. Competitie een smaakmaker.
Geduld is meestal niet hun sterkste kant. Ze zijn minder groepsgericht, maar werken eerder voor zichzelf. Het geeft hen voldoening om door hun persoonlijke inzet en daadkracht dingen te bereiken die hun capaciteiten doet uitkomen.
De beschrijving van deze oriëntatie kan al doen vermoeden dat ze minder vertegenwoordigd zijn in de zorgverlening. Dat neemt niet weg dat een zekere dosis van deze capaciteiten nuttig is, vooral in de leidinggevende functies. Een tekort van oriëntatie 4 maakt dat de leiding het moeilijk krijgt om te sturen of over te gaan tot aktie, knopen door te hakken of een uitdaging aan te durven. Maar een teveel is voor de zorgverlening een bedreiging voor een patiënt-gerichte en zorgzame cultuur.

Het lifo®-systeem laat evenwel niet toe dat mensen eenvoudig in kastjes worden gestopt.
Elke persoon verenigt in zich kenmerken van de verschillende oriëntaties in meerder of mindere mate. Een combinatie van verschillende oriëntaties geeft een profiel.  Dat is voor iedereen uniek.
De persoon zal zich bovendien anders gedragen al naargelang de plaats waar hij zich bevindt (bijv. thuis of op het werk), de rol die hij moet opnemen (al of niet leidinggevende) en de situatie waarin hij zich bevindt.
Bovendien vormt ons eigen profiel een bril waardoor we het gedrag van de ander interpreteren. Er spelen veel factoren in mee. Daarop in gaan zou ons te ver leiden.
Ik beschik niet over voldoende cijfergegevens om algemeen geldende uitspraken te doen over persoonlijkheidsprofielen van zorgkundigen. Maar op basis van de hierboven beschreven gedragsbeschrijving enerzijds en persoonlijke ondervinding anderzijds durf ik toch stellen
dat zorgkundigen voornamelijk sociaal georiënteerd zijn. Zorgkundigen zullen gemakkelijk de belangen willen dienen van de patiënt, de belangen van de organisatie hebben niet altijd hetzelfde gewicht.

Wij moeten ons ook realiseren dat de meeste leidinggevenden komen uit het zorgcircuit.
Met andere woorden, ze vertonen een profiel dat waarschijnlijk serieuze overeenkomsten vertoont met dat van de modale zorgkundige: sociaal bewogen. Daardoor zijn ze ook meer begaan met zorgzaamheid dan met resultaatgericht en sturend werken. Wanneer dit algemeen verspreid geraakt in een organisatie (ziekenhuis of rusthuis), dan kan dat een belemmering betekenen voor de efficiëntie van de werking.

Tot slot nog dit: de regelgeving van de overheid gaat steeds verder in de richting van een sterk gereglementeerde zorgverlening.
Dat stelt ons voor een keuze.
Ofwel eist men van zorgkundigen dat ze alles doen volgens het boekje, wat een zorgwereld geeft die gekenmerkt wordt door bureaucratie en technocratie. Men kan zich dan afvragen of dit verenigbaar is met betrokken, autonoom denkende en verantwoordelijke zorgkundigen. 
Ofwel houdt men er rekening mee dat zorgkundigen de zwaktes van hun sterktes meedragen. Dat vraagt wel dat er gezocht wordt naar een manier om de zorgzaamheid die uit het hart komt te verzoenen met een meer geprofessionaliseerde manier van handelen. Het heil ligt in “de verzoening met” en niet in “de bestrijding van” de natuur van de zorgkundige.



 (*) Business Consultants Network, Inc. Bcon Lifo® International. Match-bv is vertegenwoordiger voor de Benelux.


<Vorige   Volgende>
Terug